Obstipatie


Obstipatie (moeite met poepen) komt bij de zuigeling (samen met darmkrampjes) vaak voor. Dat heeft onder andere te maken met het nog onrijpe maag - darmstelsel, dat als het ware zal moeten wennen aan het verwerken van de voeding. Vaak zie je dat de darmproblemen rond de tweede week ontstaan en dat er een piek is rond de zesde week.

Osteopatisch gezien is tijdens het onderzoek en de behandeling de zogenaamde nervus vagus (de 10e hersenzenuw) van belang. Deze ontspringt in de hersenstam en verlaat vervolgens de schedel om een groot gedeelte van het maag - darmstelsel aan te sturen. Wanneer er ergens in het verloop van deze hersenzenuw een verhoogde spanning bestaat, kan dat een effect hebben op de werking van deze zenuw en daarmee op de werking van de darmen. Aanvullend onderzoekt de osteopaat ook de spanning in de buikorganen (maag, twaalfvingerige darm en ook dikke darm).

De osteopaat zal door middel van een manueel onderzoek op zoek gaan naar de oorzaak van de obstipatieklachten. Door middel van subtiele manuele technieken zoals manipulaties, mobilisaties en specifieke technieken gericht op de buikorganen, wordt de bezenuwing, de doorbloeding en de beweeglijkheid van de darmen verbeterd. Hierdoor worden de darmen niet meer belemmerd in het uitoefenen van hun functie en zullen de klachten verminderen. 

Indien nodig kan ook voedingsadvies gegeven worden om de behandelingen te ondersteunen en extra kracht bij te zetten.

Centraal telefoonnummer | 088 - 0100 600